Reis- en visverslag Lower Lough Erne Ierland juni 2006

 

menu

artikelen overzicht

De cottages van het Lareen Estate gelegen aan de monding van Lough Melvin daar waar de Drowes rivier het water verder afvoert naar de Atlantic waren volgeboekt. We kregen een keurig mailtje terug van Thomas Galagher. Natuurlijk was ik welkom om de Drowes te bevissen. Op de website kon ik zien dat de grils (jonge zalm) net aan het optrekken was. Jammer we moesten iets anders zoeken.

Na twee mooie vakanties aan Lough Corrib wilden we iets noordelijker ons paradijsje proberen te vinden.

Ik pakte de boeken van Peter O Reilly er bij De Rivers of Ireland en Loughs of Ireland welke ik in Galway bij Duffy’s tackle shop gekocht had ook nog met een originele handtekening van Peter er in!

Deze naslag boeken kan ik iedere vliegvisser met een zwak voor Ierland aanbevelen.

  Bij onze vakantieplanning zoek ik de mooie plekken liefst bij een groot meer en wat kleinere intiemere wateren in de nabijheid, plus een stadje voor boodschappen en pup bezoek.

Greet schuimt internet af op zoek naar huisjes liefst aan het meer met op 10 meter een bootje waar ik zo kan instappen.

  Melvin zat in mijn hoofd dus begon ik van daar uit te zoeken. En iets zuid oostelijker kwam ik bij Lower Lough Erne . Een echt groot meer en onderdeel van een enorm watergebied. Upper Lough Erne en Lough Oughter onafzienbare meertjes en riviertjes. Het summum voor naar water snakkende vliegvissers.

  En Lower Lough Erne was na enig verval weer helemaal terug als forelwater!

Greet had contact gemaakt met Mrs.Gabriële Tottenham eigenaresse van Innish Beg Cottages an ideal base for any fisherman – game or coarse stond het fruitig boven aan haar brochure.

Ik staarde naar de foto van een bootje gelegen in een baai klaar om door mij gebruikt te worden.

  Er waren cottages beschikbaar, de boot lag klaar. Enniskillen en Derriconnelly waren niet ver weg.

Over 4 weken op naar Lower Lough Erne!

 

Op vrijdag 9 juni 2006 om 10 uur vertrokken we met een vol bepakte familie volvo als of we een wereldreis zouden beginnen. Maar ja ik wilde ook graag de Porta vouwboot meenemen voor de bergmeertjes plus benzine en elektra motor en wat goede wijn (erg duur in Ierland)

We hadden nog gauw een extra dakkoffer aangeschaft voornamelijk voor de ruimte innemende boot onderdelen.

De hoeveelheid spullen was wel aanleiding voor medereizigers en voor al grenssecurity om wat vragen te stellen.

Om 12 uur stonden we bij de boot IJmuiden - Newcastle.

 

Alwaar een bus stond met jolige Schotten in kilts en klederdracht die naar de voetbalwedstrijden in Duitsland wilden gaan just for fun. Het waren pupvrienden die de bus hadden gekocht. Alleen de chauffeur had te veel gedronken en moest tot 3 uur wachten. We werden uitgenodigd om de bus van binnen te bezichtigen die enigszins gemodificeert was. Een enorme koelkast slokte een derde van de ruimte op en al gauw was ieder een aan het zingen, en gezellig aan het babbelen

Greet en ik hadden Schotland ook al een aantal keren bezocht, ik had in de Tummel een aantal jaren terug mijn eerste zalm gevangen dus vrienden hadden we snel gemaakt. Het was ook een voorschot op gebeurtenissen tijdens het reizen.

We hadden nog nooit zo lang hoeven te wachten voordat de boten vertrokken maar daardoor hadden we veel contacten met medereizigers Schotten, Engelsen, Ieren, Letten, Duitsers...

 

Allemaal in hetzelfde schuitje en daardoor erg aardig en vriendelijk en wat sommigen misschien zal verbazen zelfs de Duitsers hadden humor. Wellicht door de goed functionerende voetbal manschaft.

Nadat we de oversteek en de tocht door Great Brittain en nog een keer een ferry naar Belfast hadden overleeft kwam het laatste stuk naar Blaney Bay . Onze cottage aan een baai van Lower Lough Erne een beetje beschut gelegen met allerlei eilandjes in de nabijheid.

  De weg was goed en easy going iets wat we wel eens anders hadden meegemaakt. Ik verbaas me nog steeds over de Ieren die over de honderd km per uur voortjakkeren over enorm slechte onoverzichtelijke landweggetjes met hobbels en kuilen waar in Nederland hoog uit vijftig gereden zou mogen worden.

Het laatste traject van Enniskillen naar Belleek liep de weg langs het meer. Het was een hoofdweg, maar rustig dus dat viel al mee. Ook het meer oogde prima op afstand. Hoewel we al heel wat gewend waren qua natuur schoonheid uit Engeland, Schotland en Ierland zou dit meer absoluut een parel blijken te zijn.

Gabriële was niet thuis, maar de sleutel lag klaar, het was het laatste huis. We hobbelden het zandpad af naar beneden met een hellingsgraad boven de 10 % langs loslopende koeien.

 

 

De tuinen rond de cottages werden koe vrij gehouden door roosters en hekken.

De witte cottage was proper. En er was een prachtig uitzicht op het meer. Als daar niet een flink aantal jonge bomen voor hadden gestaan. Een beetje typerend ook voor Ierland, ze hebben vaak een fantastisch plan wat uitgewerkt wordt, maar dan net door een detail teniet gedaan wordt. Zo moet snelverkeer op hoofdwegen zich plotseling dwars door steden heen wurmen waar veel winkelend publiek is. Er worden kanalen aangelegd maar na jaren noeste arbeid blijkt de ondergrond poreus en al het water sijpelt weg. Er worden miljoenen gespendeerd voor een grootse aanleg kade alleen er komt nooit een schip. En ga zo maar door. De Ieren zijn dat gewend, lachen een beetje en halen hun schouders op ‘Welcome to Ireland’. De Ieren kunnen daar prachtige verhalen over vertellen.

Hoewel we door de reis behoorlijk vermoeid waren hadden we nog een taak te verrichten nl. Demelza onze dochter met haar vriend Jeffrey van het busstation afhalen want ze hadden de reis met het vliegtuig en de bus gemaakt.en stonden op ons te wachten in Enniskillen.

 

 

Zondag was een uitrust dag, lekker relaxen, de boot en omgeving bekijken en natuurlijk aan het water snuiven of er vis zat. Het water had een lichte theekleur, en was niet zo helder als Corrib, en al helemaal niet te vergelijken met het gin clear water van lovely Lough Cara. Dat de helderheid van het water niet van doorslaggevende betekenis hoeft te zijn voor goede vangsten kwam ik later achter.

Maar in principe wordt ik pas echt enthousiast (net als de meeste vliegvissers )als het water helder is.

Bonen met gehakt en appelmoes gegeten, en Nederland wint van Servie met 1-0.

Maandag 12 juni

We zijn naar het stadje Enniskillen geweest voor boodschappen en de visvergunnigen.

Op Church Street nummer 18 was een mooie tackle shop; Home, Field en Stream.

De senior salesman had een perfecte outfit hij paste harmonieus tussen de Barbours en Hardy”s en was zeer vriendelijk en welwillend.

De benodigde joint licence en permit kostten 23 pond voor 2 weken, 3 dagen voor 8,5 pond. Ik kocht ook nog wat vliegen die volgens de verkoper op dat moment liepen. Spent Gnat, sedges en Mayfly.

Bij thuiskomst vroeg ik aan Gabriel naar een gillie.

Eerlijk gezegd zou dit de eerste keer zijn dat ik zo’n vis en stekkenzoeker inhuurde en ik wist echt niet wat ik zou kunnen verwachten.

Gabriële kende een heel goede: Marty O’Shea. Ik was heel benieuwd.Er was een afspraak voor 14 juni gemaakt, dan zou hij de gehele dag voor mij in dienst zijn als stekkenwijzer en personal coach.

 

De volgende dag gingen we naar de Drowes. Via Belleek en Ballyshannon naar het Lareen Estate.

De Drowes was een heel bekende zalmrivier. Maar eerlijk is eerlijk hij viel mij een beetje tegen.

Er waren best mooie stukken, maar ook veel aangelegde gedeeltes waarbij de stenen zo op een rijtje lagen. Daarbij liep er een pad erg dicht langs het water wat verhoogd was en gemaakt van hout. Mooi gemaakt, maar ook onnatuurlijk. Verder was het erg druk.

Ik sprak met verschillende vissers, de vangsten waren niet best. Alleen als je ‘s morgens om 4 uur als eerste bij de eerste pool zou zijn maakte je een kans op verse vis die net opgetrokken was. Kortom het was niet mijn ding! We zijn nog naar de Estuary van de Erne geweest, lekker wandelen op het strand.

 

Woensdag 14 juni

Ik maakte kennis met mijn gillie

Marty is een stevige Ier die ook regelmatig naar Duitsland gaat voor vistrips, hij heeft een boot op Lough Merlvin en kent Lough Mask goed, verder assisteert hij vaak bij vliegviswedstrijden.

Sorry Pieter the mayfly is just over!! They are on Perch fry!!

Hij zag mijn teleurstelling, but if you want we can always try!

In de tackle shop zeiden ze juist dat het nog liep met de meivlieg dacht ik, maar ik zei niets.

  Ik heb een vergunning voor 5 hengels dus we kunnen van alles proberen.

We vlogen over het water heen naar een klein maar schitterend eilandje waar we strak langs de kant een drift konden maken.

  Na overleg met Marty had ik maar één vlieghengel meegenomen. Ik had mijn Sage ds2 voor een 6  al voor het in de boot gaan klaargemaakt. Mijn 30 jaar oude Princes Hardy reel maakte het voor mij bekende ratelende geluid . Als dropper een Octopussy de grote natte vlieg die een meivlieg imiteert vond Marty ook een goede keus. Aan de punt een kleinere imitatie. Ik viste met 2 vliegen,Marty met 4. We maakten een paar drifts, Marty wisselde zijn vliegen om naar droge vliegen, 4 enorme borstels stonden huizenhoog afgetekend op het water. Maar er was geen wind. En geen activiteit.

Dus we gingen trollen! Marty was duidelijk in zijn sas. Hij had 5 zeer zware spinhengels, eigenlijk meer boothengels waarvan hij er 4 klaar maakte. Geen stalen onderlijntje en geen gevlochten lijn want daar ving je niets mee zei hij

Ik had 2 spinhengels met gevlochten lijn, dus ik pakte mijn derde, een oude maar perfecte glashengel voor 20 grams kunstaas en een Shakespeare 2230 uit een ver verleden, maar nog steeds even goed en met een spoel dat met nylon gevuld was. En daar tuften we relaxt het meer rond terwijl Marty allerlei informatie verschafte over de gevaarlijke gedeeltes. Van Duff point naar Hill’s Island oversteken naar Kellums bay Langs Gubnagole point Richting het grote Boa island.

  En we kregen rammen op de top waarna Marty commentaar gaf  ‘dat was een baarsje of waarschijnlijk forel’ opeens een forse tik. Ik greep de boothengel waarvan het topje een beetje krom ging staan. Zonder snelheid te verminderen moest ik de vis langzaam binnendraaien. Het was een klein snoekje daarna volgden 2 forellen en een paar baarsjes. Nu begreep ik ook waar om de hengels zo belachelijk zwaar moesten zijn. We stopten niet om uit te drillen want anders liep het kunstaas (voornamelijk lepeltjes) vast op de bodem. Dus je moest de vis tegen de snelheid van de boot binnendraaien.

Liever had ik mijn ultra lichte spinhengeltje gebruikt of mijn vlieghengel alleen dan werkte dit vangsysteem natuurlijk niet.

Aan het einde van de dag stak er een klein windje op, we moesten nog dwars over het breedste gedeelte van het meer terug naar de baai waar we uit vertrokken waren. Dit kleine windje zorgde in het midden (diepte zo’n 60 meter) voor verraderlijke  grote golven.

Marty had een paar keer mobiel contact gehad met iemand die hem had gebeld om succes te melden. We waren bij Rabbit Island een paar honderd meter van onze start plaats waar een Ier drifts maakte met de vlieg! De Beller! En hij had succes! Met een Mosely een grote imitatie van een meivlieg.

Dus het kon wel!

Marty sprak in een dialect met zijn Ierse kennis waar na deze 2 forellen overhandigde aan Marty.

Jullie waren toch met 4 personen vroeg hij aan mij hier heb je er nog een paar, ze zijn werkelijk een delicatesse! Het knalrode gulle gezicht van Marty keek mij glimlachend aan. Vissen vangen en dan opeten was als een simpele rekensom met een vanzelf sprekende uitkomst. En ik had al verschillende vissen een beetje tegen de zin van Marty in teruggezet.

Ik betaalde Marty de 60 pond die hij voor zijn diensten vroeg (20 minder omdat hij een kennis van Gabriel was). En hij opperde om mij mee te nemen naar Melvin. Ik kon ook meer mensen meenemen voor de zelfde prijs, en een derde dag zou half geld kosten. Ik zou het hem nog laten weten. 

 


Donderdag 15 juni

We gingen de heuvels in om de route door het Lough Navar Forrest te maken.

Slechts een paar km. Bij ons verwijderd.

Dit bleek een zeer mooie route te zijn en een topper van de vakantie. Niet alleen een wonderschone natuur, maar ook een fantastische plek voor een vliegvisser.

Diep in het Forrest lagen op een hoogte van 250 meter verschillende bergmeren waar ook Peter O’Reilly zeer positief over had geschreven.

Het vergezicht hoog op de rotskam was fenomenaal misschien wel het mooiste uitzicht wat ik ooit ben tegengekomen.

Lower Lough Erne lag als een levende landkaart aan je voeten meer dan 180 graden overzicht. De enorme diepte maakte je duizelig waar je echt even aan moest wennen.

Langs de route viel er veel te genieten het ene moment intieme rotsformaties en smalle beekjes en dan waaierde het groene gordijn weer open en genoot je van de ruimte. Tussen al dit moois kwam je dan ook nog meertjes tegen met bruine forel waar je op kon vissen.

Er waren 2 meertjes waar ik met een bootje op mocht met de elektromotor.

Ik kon niet wachten op de volgende dag.

 

Vrijdag 16 juni

Het had even geduurd door boodschappen en nog wat dingetjes maar om half 1 hobbelde ik het pad af dat naar Lough Glencreawan leidde. Op de parkeerplaats stond al een auto. Ik zag in de verte 2 vliegvissers. De Porta boot had ik al een aantal jaren, dus routinematig bouwde ik hem in elkaar, en trok hem naar de waterkant over wat grove kiezels. De peddels en accu en anker er in. Mijn plan was om 2 hengels klaar te maken. Ik had 5 vlieghengels mee naar Ierland genomen. Ik had alleen de 6 en de 4 nu bij me. Het water was behoorlijk bruin en niet echt helder daarom knoopte ik twee witte  jongbroed imitaties, -die ik thuis ook voor roofblei gebruikte en goed opvielen en veel actie vertoonden- aan de leader voor de zwaardere hengel.  Een kleintje vooraan zogenaamd achterna gezeten door het grotere roofzuchtige broertje en aan de lichte hengel twee droge vliegen van verschillende maten één groter en  met een felle kleur als attractor voor de forel en voor de betere zichtbaarheid voor mij en een klein grijs muggen niemendalletje type Adams.

Ik installeerde de dieptemeter en probeerde weg te komen wat niet mee viel omdat het nog al modderig was en er helemaal geen water stond. Ik kwam gewoon niet weg.

Na een tijdje zwaar lichamelijk werk kwam ik in iets dieper water. De elektromotor ging aan, en ik zoefde gestaag naar de andere kant van het meertje waar een eenzaam eilandje het eindpunt of beter gezegd mijn beginpunt was. Er blies een mooie wind waardoor ik een mooie drift zou kunnen maken precies in het lange gedeelte. Maar wat deed de dieptemeter raar? Zelfs hier op het breedste gedeelte gaf hij helemaal geen diepte aan, zaten de kabels wel goed vast? Nou gaf hij opeens 35 meter diepte aan? Dat kan toch helemaal niet! Ik stak mijn peddel overboord en voelde gelijk  de bodem. Dat was een tegenvaller. Totaal geen diepte. De diepste plekken waren nog geen meter. Hoe kan hier nou forel zitten. Toen ik achter om keek kon ik zo een modderspoor zien waar ik gevaren had. Wat een sof.

Ik bracht de boot tot vlak voor het eiland waar de schroef al vast liep op de bodem. De dieptemeter kon uit ik wist het nu wel. De keus voor de vliegenlijn was gemakkelijk de zinkende lijn kon in de tas blijven. De lijn bracht ik op lengte en met twijfel begon ik leven in het vliegenbrouwsel te brengen .

Door de wind voortgedreven was ik echt aan het Lough style vissen, zo dobberde ik voorwaarts tot dat ik in de buurt van wat waterplanten kwam. Het was me nog niet opgevallen maar hier en daar op het meer werd de oppervlakte onderbroken door slierten waterplanten die gelukkig in enkele groepen geconcentreerd waren. Toen was er een aanbeet, en niet zo maar één! Het water explodeerde, mijn hart sloeg even over, en ik moest gelijk lijn geven. De oude Hardy ratelde heerlijk, dit was geen kleintje! Net voor een planten bed keerde de vis, hij had minsten 15 meter gepakt en trok zwaar aan mijn sage 6. die in de schitterende curve stond waar iedere sportvisser gelukkig door wordt.

Hij sprong niet, maar buffelde gestaag door en maakte rondjes om de boot. Het was een taaie rakker maar ik had een redelijk dikke lijn (18)dus ik hield de zaak goed onder spanning. Een gouden gloed schemerde door het bruine water.  Een boven verwachting grote bruine forel. Die netjes in het schepnet verdween en na meting 43 cm en twee en een half pond woog in. Hij had een veel vollere kleur als de bruine forellen uit Lough Erne die er als  zeeforellen uitzagen. Zo begon de openbaring van dit bij nader inzien rijk met forel gevulde meer. Want ik bleef vangen! Vooral op de combinatie met witte maraboe. Maar ook het subtielere werk met mijn favoriete viertje.

Een Albatros Maglite hengeltje van acht en een half voet, een kittig licht dingetje met een perfecte actie. Ik had er ooit zestig gulden voor betaald (nieuw) en er een wereld aan vis meegevangen. Vooral grote voorn en winde, maar ook vele regenbogen. Jammer genoeg was de top gebroken op 2 plaatsen, ik had hem gerepareerd.

  Op de mug imitatie pakte ik wat kleinere bruine forel en op de Diawl Bach. En ik ging nog wat meer experimenteren. Maar de forel bleek toch behoorlijk selectief.

  Ik maakte verschillende drifts en leerde het water goed kennen. De forel had een aantal favoriete plekjes waar ik elke keer aanbeten kon verwachten. Toen de wind wegviel zag je op meerdere plekken activiteit tot dicht onder de kant toe. De andere vissers waren al gekapt toen ze mij mijn eerste forel zagen vangen. Door de ondiepte en beperkte grote van het water werd er waarschijnlijk zeer weinig van boten gebruik gemaakt, het deed ook maagdelijk aan in het midden. Ik had een heerlijke middag en nog nooit zo goed bruine forel gevangen

Het benaderde de perfecte visdag die ik ooit in Zuid Engeland in de Test de beroemde kalksteen rivier beleefd had.

Het was niet alleen het vissen, maar ook de absolute stilte en de paradijselijke harmonie die het bergmeertje uitstraalde.

Wat wel een lichte irritatie met zich mee bracht waren de minuscule midges die massaal op je hoofd en ontblootte lichaamsdelen gingen kriebelen en bijten. Gelukkig had ik nog een beetje chemische vloeistof over waar ze een hekel aan hadden. Ook een netje is geen overbodige luxe. Toen ik in de namiddag terugging, en de boot weer demonteerde kwamen er twee vrolijke luchtig geklede dames foto’s maken van het stille idyllische meertje. Ik heb nog nooit mensen met wapperende armen onderwijl kreten uitslaand zo snel weer van stemming zien veranderen. Iets om echt rekening te houden want deze minuscule duiveltjes kon je hier overal bij het water tegenkomen. 

 

Zaterdag maakten we een rondje met de hele familie rond het hele Lower Lough Erne via Enniskillen waar ik een netje tegen de midges kocht. En in de avond gingen we naar de disco waar iedereen uit zijn dak ging.

 

 

 

Zondag was een rustdag. En maandag maakten we een lange tocht naar het Noorden naar The Rosses een groot onherbergzaam gebied. Nou dat viel een beetje tegen vooral langs de kust was het een aaneenschakeling van witte huisjes opgekocht en neergezet door horden Duitsers die Ierland ook wel zagen zitten.

Dinsdag bijkomen van de vorige dag en een beetje spelevaren met de boot. Greet en Demelza bezochten de pup in Derryconnely waar vooral de warme sociale omgang tussen de vrouwen opviel. Ze werden gelijk opgenomen en moesten meedoen met allerlei dansfestiviteiten. Iedereen was een beetje aangeschoten. Jeffrey en ik moesten de dames midden in de nacht in het verlaten dorp op halen.

Op één van de landweggetjes zagen we in het autolicht een vrij groot dier lopen. Een grote Badger (das) liep over het pad, ik haalde hem langzaam in, hij gaf geen krimp maar stiefelde rustig door. Later zouden we ook nog een bunzing over de weg zien rennen. De dames hadden wel veel lol gehad.

 

Woensdag 21 juni

Jeffrey wilde na mijn succes waar ik natuurlijk uitgebreid over verteld had ook een keer mee. Het is geen echte visserman, maar heeft net als de meeste mannen wel eens gevist in het verleden.

Dus gingen we op het gras wat vliegvis oefeningen doen. Oké hij had de slag op een gegeven moment aardig te pakken. We gingen vissen op het bergmeer!

Alleen toen we daar aankwamen vielen een paar dingen op.

Een enorme wind, en het water had de kleur van zwarte koffie. De boot was onbegonnen werk. En ook van af de kant konden we nauwelijks op onze benen blijven staan. Er viel ook zo nu en dan een forse regenbui. Het was niets!

We reden verder naar het volgende meertje. Lough Achork. Daar was het water iets minder troebel.

Wel mocht hier op allerlei manieren gevist worden. We kregen maar een paar aanbeten voornamelijk zeer kleine forel. Ik pakte nog een mooie met een bloedworm imitatie en intermediate lijn Maar dat was het.

 

Donderdag gingen we met z’n allen naar upper Lough Erne een hoger gedeelte van het Erne watersysteem. Waar gek genoeg geen forel zit, maar wel coarse vis vooral bekend om zijn snoeken.

Upper Lough Erne is werkelijk Prachtig. Ontelbare groene eilanden en baaien.

 

Vrijdag 23 juni

De wind was afgenomen, en het regende niet meer. We gingen het nog een keer op het bergmeertje Glencreawan proberen. Daar aangekomen zagen we dat het water nog steeds koffie bruin was. Maar je weet het nooit, gewoon proberen. En al gauw zoefden we richting het eilandje met de portaboot op naar de eerste drift. Het was prima weer, daar lag het niet aan. In cadans wierpen we voor ons uit en dat ging goed in het kleine bootje. Jeffrey gooide regelmatig de leader in de knoop. Ik herkende dat van vroeger. Het is ook totaal anders vissen dan van af de kant. En wat valt het dan op hoe belangrijk de timing is en niet in eerste instantie de kracht die je gebruikt. Hij verkorte de leader en viste met één vlieg.

We zagen totaal geen activiteit aan de oppervlakte, en ook de eerste drifts leverden niets op. Verdorie wat jammer voor Jeffrey die ik toch een beetje gek gemaakt had met mijn enthousiaste verhalen.

Ik wisselde een paar keer van vlieg en greep weer terug naar mijn witte maraboe streamertje.

Toen voelde ik weerstand, een tuk aan de lijn, gauw weer inwerpen, een felle bonk en hij hing. Gelijk sprong twee meter verder ook een andere forel omhoog. Ze zaten aardig geschoold blijkbaar. Zo die was binnen. En weer in de buurt van een veldje waterplanten. Jeffrey deed vreselijk zijn best, maar kreeg geen aanbeet. Als ik er nog een aan krijg geef ik hem aan jou zei ik. Geconcentreerd visten we verder iets meer toegespitst op de plekken waar we de forel konden verwachten, langs de waterplanten.

En daar klapte er weer één op bij mij. Gelijk duwde ik mijn hengel in Jeffrey’s handen. Die even schrok en bemerkte dat er echt wel leven aan de lijn zat. ‘Hij trekt hard’! zei hij lichtelijk alarmerend. Een beetje onwennig, en voorzichtig liet hij de vis uitrazen. Dan weer naar links, dan weer naar rechts, bijna onder de boot door. Die bruine forellen hebben een lange adem.

Hé, hé het schepnet gleed onder de vis, en er was weer een gouden schubben vriend binnengehaald. Fantastisch jongen! Jeffrey glunderde en hield de super glibberige forel voorzichtig, maar stevig vast zodat ik het mooie plaatje vast kon leggen. We dronken en aten wat en genoten van de situatie. Relaxt begonnen we weer door te vissen. In een open stuk liep mijn lijn strak op een vinnige aanbeet. Deze forel sprong even omhoog van schrik wat altijd een spectaculaire bezigheid is. Hij bleek mijn dropper een silver invicta gepakt te hebben een ouderwetse klassieke natte vlieg die zijn waarde bewees. Leuk!. Zo kabbelde de dag voorbij en hadden we gelukkig toch nog een paar vissen geplukt uit dit onmogelijk donkere water.

 

  Zaterdag bracht ik Demelza en Jeffrey naar het Navar Forrest omdat ze daar nog een flinke wandeling wilden maken. Ik maakte tijdens de route wat foto’s, daarna even naar Enniskillen voor boodschappen en op de terugweg de jongelui oppikken.

Zondag brachten we Demelza en Jeffrey naar de bus voor de terugreis. Greet en ik konden lucky us nog een week blijven. In de avond probeerde ik op Lough Erne een grote forel te vangen die een paar keer in de baai sprong. Met de vlieg en met lepeltjes, van alles gooide ik naar zijn kop, maar hij had geen trek.


.

 

Maandag 26 juni gingen we een mooie route maken. Eerst naar Monea Castle en naar Lough Carran dan door naar Keenaghan Lough. Een water waar Peter O’Reilly zeer over te spreken was in zijn boek.

En het zag er inderdaad veelbelovend uit. Daar ontmoeten wij Sam Birney uit Omagh die hier helemaal naartoe gereden was. Hij vond het een leuk water en gaf me een tip voor een ander water n.l. Mill Lough vlak bij Bellanaleck. En hij gaf me wat natte vliegen voor Lower Lough Erne voor  een big wave.

Op de terugweg kwamen we weer door Enniskillen. Greet snuffelde met mijn hulp door wat kledingzaken met resultaat. En ik had een mooie Hardy Cap uitgezocht in de tackle shop plus een nieuwe vergunning voor drie dagen. Toen ik bij de kassa kwam was  mijn zakje met Hardy hoofddeksel verdwenen. Meegenomen door een andere klant. Balen, want het was de enigste die ze hadden, en hij paste ook nog goed. De junior verkoper werd helemaal zenuwachtig.

 

Dinsdag weer naar Keenaghan Lough alleen nu met mijn bootje en vlieghengels.

Toen ik aankwam zag ik dat er al een boot op het water was. Dat is ook toegestaan alleen geen mechanisch aangedreven motor mag er gebruikt worden. Elektrische motor mag wel.

Ik liet me driften van uit het midden waar het meer zich splitst in twee armen.

Ik had geen flauw idee wat betreft de diepte, maar daar zou ik snel achterkomen de eagle stond vol uit te tikken naast me. De wind had me te pakken en blies me gestaag de rechterarm in. Twee meter diep, en daar bleef het bij.  Ik gebruikte dezelfde vliegen die mij in het bergmeertje succes hadden gebracht. Nu bleef het stil. Ook was er geen visje op het scherm te zien.

Wat bij forel wel vaker gebeurt als ze zich in de bovenste waterlagen bevinden. Toch sprong er zo nu en dan een forel levenslustig omhoog. Er kwamen wat waterplanten, en snel was ik er door omsloten.

Ik was niet alert genoeg want deze arm lag bijna dicht met waterplanten. En daar op liep de Minkota  vast. De wind heeft heel veel invloed op een ultra licht bootje zo kwam ik maar moeizaam weg uit deze benarde positie. Volop aan de roeispanen maakte ik gang en trok het zaakje vlot. Hier had ik het even gezien. Een betere tactiek was om helemaal naar het begin te gaan en me weer te laten driften. En heel goed opletten op azende forel en dichte plakkaten waterplanten. Ook in het begin lag het dicht. Wel had ik bij wat riet allemaal azende bekjes gezien. Daar zou ik zo overheen gaan.

In het eerste gedeelte vlak voor de parkeerplek was het diepste punt van het meer drie meter. vandaar liepen een paar mooie taluten en ondiepe platen. Mijn vliegen werkten niet goed. Het rook naar vis maar ik kreeg geen aanbeten.

De azende bekjes waren kleine forelletjes. Ze zaten waarschijnlijk op heel klein aas. Snel wisselde ik naar een mini diawl bach en een heel klein zwart nimfje. Ik gooide hem vlak naast wat bekjes. De lijn bewoog en ik haakte een klein forelletje, dat trucje herhaalde ik een paar keer. Een klein goudkopje, fazantenstaart, of hazenoor deden het ook goed.  Op het diepe water jumpte een paar keer een hele grote forel, een vis tussen de vijf en tien pond. Op de witte streamer en andere vliegen aan de oppervlakte deed hij niets. Tijd voor een snelle zinkende lijn mijn di 7  en  een witte booby met een beetje glitter in het staartje aan een korte leader. Het grove werk voor grote vis!

Ik ankerde tussen waterplanten op de ondiepe plaat en kon zo precies over het diepste gedeelte worpen maken. Ik liet de lijn helemaal afzinken en begon met harde grazy rukjes het onweerstaanbare booby dansje uit te voeren. Pats, pats, enorm versnellen en weer dood houden. De lijn stond strak naar beneden. Ik trok hem het laatste stukje omhoog, en uit het water voor de volgende worp toen een lange gouden schim mijn booby net mistte en een grote golf veroorzaakte. Verdorie, die was van mij.

Gretig wierp ik weer in en ramde weer door. Pats, pats, een aanval op de arme booby. Hij hing. De lijn vloog weg op de razende vis die afboog naar het verre einde. Een paar seconden toen viel de lijn stil.

Los! Beteuterd haalde ik de lijn binnen en bekeek de haak. Niets mis mee. Toen maakte ik bij nader inzien weer een tactische fout door te lang te blijven doorhameren op dezelfde manier. Ik kreeg geen beet meer. Als of elke forel op eens gewaarschuwd was. Maar je bent verblind, je wil die grote vangen. Te lang daarna ging ik pas subtiel, en ving met de diawl bach nog een mooie tijdens driften op mijn lichte vier stokje.

Toch bleef ik terug gaan naar de plek waar ik die grote had gehaakt ik kon het niet verkroppen Ik was al te verwend door mijn succes op het kleine bergmeertje. En inderdaad uiteindelijk haakte en ving ik een veel langere vis. Maar hij was broodmager. En die waren er meer. Niet echt mooi. Maar goed al met al was het natuurlijk toch fantastisch vissen. Alleen was er een tekort aan midden klasse forellen. Waarschijnlijk zaten die in de buiken van de Ieren. Er lagen dan ook redelijk veel boten langs de kant.

Ook niet allemaal in topconditie overigens.Tijdens de driften zag ik elke keer in een bepaald hoekje een vis azen Tot nu toe had ik hem met rust gelaten. Zachtjes laveerde ik met de elektromotor wat dichterbij 

En heel subtiel dwarrelde een klein droog vliegje op het plekje waar de forel gelijk op reageerde door hem onmiddellijk te nemen. Deze manier blijft toch wel de leukste ook al is het een wat kleinere forel. Het zien en besluipen en vangen is top ammusement. De dag kwam aan zijn einde. Duizende mietjes vlogen op me toe om me op te eten Ha,ha ik had een netje over mijn hoofd. Werkelijk een onmisbaar attribuut!.

 

Woensdag 28 juni

Greet en ik gingen een ronde maken naar Lough Melvin. Lough Melvin is 8 mijl lang en 2 mijl breed en is een zeer belangrijk zalm en forel water. Het is een puur game fishing water. En de sportvisser heeft het alleenrecht. In tegenstelling tot Lough Erne is hier geen pleziervaart en jetskies het is verboden. Verder herbergt Melvin een paar zeer bijzondere forelsoorten de Sonaghan en Gilaroo die nog uit de ijstijd stammen en het hier opperbest naar de zin hebben. Ook Char, Ferox, en de gewone bruine forel leven hier gebroederlijk naast elkaar. En natuurlijk de zalm. Het punt is dat de Sonaghan het hele jaar aast en goed vangbaar is. Na de korte meivliegtijd zitten de forellen op de andere meren vaak propvol en zijn daar na vaak veel moeilijker te vangen. Het meer oogt heel ongerept en puur. En men probeert dat zo te houden. Er mag niet zomaar een vreemde boot het meer op. Dit om de verspreiding van een ongewenste zoetwater mossel tegen te gaan. In een baai lagen een paar bootjes, en er was een vliegvisser bezig in te laden om te vertrekken.

Het was iemand uit Enniskillen die hier vaker vist. Vrijdag zou hij weer gaan, Ik werd door hem uitgenodigd om mee te gaan. Helaas kon ik hier niet op in gaan. Vrijdag moest ik de auto inladen wat een behoorlijke inspanning is en veel tijd in beslag neemt en zaterdag 4 uur ‘s morgens moesten we vertrekken om de boot te halen. Ik noteerde zijn telefoonnummer. En hoopte in de toekomst op zijn sympathieke aanbod in te kunnen gaan. Want Melvin zag er erg cool uit. Ik maakte veel foto’s.

 

Donderdag 29 juni

Op Lower Lough Erne had ik eigenlijk te weinig gevist. Dat moest van daag maar gebeuren want verder kwam het er niet meer van. De spinhengels en vlieghengels werden ingeladen en off we went

langs Pushen Island, Gall Island ,Inish Fovar. Even de Carrickreagh Bay invaren. Bij een piepklein eilandje werd het steeds dieper. Een enorme trog tot vlak voor het eilandje dit was interessant.

Ik liet me langs het taluud driften met de octopussy als verleider. Niets. Een worp met mijn favo wit rode plug naar het ondiepe. Bijna gelijk klapte er een mooie snoek op. Hij had wat plekken op zijn rug, aangevallen door een grotere soortgenoot? Die kwam er niet uit. Verder maar weer. Midden in het meer zag ik wat mooie eilanden Inish Free, Paris Island Big en Paris Island Little. Fantastisch gevormde  eilandjes met perfecte groene rondingen. Achter Inish Free lag een mooie trog waar een school baarzen hun domicilie hadden. Ze klapten achter elkaar op een klein lepeltje. En zag ik daar geen beweging van azende vis strak tegen het eiland. Mijn vliegen hengel kwam weer te voorschijn.

Maar het leek als of de vissen voor me uitweken want was ik er voor bij dan begonnen ze achter me te azen. Ik kreeg er geen hoogte van. Eenmaal zag ik een schim en welling achter mijn vliegen. Daar bleef het bij. Ik was erg ver van huis afgedreven, en het werd al donker. Full speet naar huis over het muisstille water en een schitterende zonsondergang.

 

 

Vrijdag 30 juni

Naar de tackle shop waar de Hardy cap teruggebracht was . Heel fijn, dit kleding trofeetje met het traditionele logo van vlieg en kasteel toren. Een design waar je als vliegvisser vrolijk van wordt. IJdelheid is ons ook niet vreemd. 

  Dan met Greet nog een mooie boottocht maken op het meer om de laatste indrukken vast te leggen.

De auto inladen. En rustig genieten van de laatste vakantie dag in Ierland. En mag ik wel zeggen een zeer geslaagde vakantie waar je lang op kan teren. Alhoewel.